Inhoudsopgave

  • Macht pakken met Europa

    “Wij moeten nu niet verder willen springen dan onze polsstok lang is.” Zo luidt dezer dagen het adagium van de Europapolitiek van de Nederlandse regering.

  • Macht en waarden

    In het voetspoor van de Britse regering-Cameron onderzoekt het kabinet-Rutte welke Europese taken kunnen worden teruggenomen door de nationale overheden. Sommige partijen hebben al een voorschot genomen op de uitkomst.

  • Samen tegen belastingontwijking

    Dat Europese staten macht kunnen pakken dankzij méér Europa is nergens zo evident als bij het innen van belastingen. Terwijl veel Europese huishoudens klem zitten tussen dalende inkomsten en stijgende lasten, ontlopen grensoverschrijdende bedrijven en gefortuneerde burgers op grote schaal de fiscus.

  • Duurzame economische unie

    De internationale strijd tegen belastingontduiking en –ontwijking kan overheden honderden miljarden opleveren, maar dat is een zaak van lange adem. Het is geen quick fix voor de begrotingstekorten waar alle eurolanden mee kampen.

  • Euro-obligaties

    Na vijf jaar crisis zijn veel private schulden publieke schulden geworden. Alleen al voor het redden van banken hebben de regeringen in de eurozone velen honderden miljarden moeten lenen. De staatsschulden van alle eurolanden zijn daardoor fors gestegen.

  • Banken bedwingen

    Dat de financiële markten nog niet getemd zijn tonen de Europese banken. Vijf jaar na het uitbreken van de kredietcrisis gijzelen die nog altijd de eurozone. Zombiebanken vormen een majeur obstakel voor economisch herstel.

  • Groene innovatie

    Van de financiële sector moet Europa het niet hebben in de komende jaren. Die zal moeten krimpen. Andere dienstensectoren en de industrie zullen de economie uit de recessie moeten trekken.

  • Democratie versterken

    Het behoort tot het werk van politici om visies en standpunten te ontwikkelen, maar uiteindelijk is het aan de kiezers om te bepalen hoeveel macht de EU krijgt en voor welke waarden zij zich sterk maakt. Europa mag niet vergeten dat zij de bakermat van de democratie is.

  • Mensenrechten verdedigen

    Democratie en mensenrechten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Eerlijke concurrentie tussen ideeën en partijen veronderstelt vrijheid van meningsuiting, een vrije pers en onafhankelijke rechtspraak.

  • Tot slot

    'Austerity isn't working'. 'On veut du bonheur'. Juist de spandoeken die worden meegedragen in demonstraties tegen de Europese crisispolitiek openbaren soms wat Europeanen bindt.

Macht pakken met Europa

"Wij moeten nu niet verder willen springen dan onze polsstok lang is."(1) Zo luidt dezer dagen het adagium van de Europapolitiek van de Nederlandse regering. Premier Rutte etaleert veelvuldig zijn afkeer van 'Europese vergezichten' en PvdA-leider Samsom zegt het hem na. Toekomstvisies zouden de burgers alleen maar verder van Europa vervreemden. Eerst moet de eurocrisis opgelost. In de tussentijd stort Den Haag zich in een discussie over het terughalen van bevoegdheden uit Brussel, in de hoop daarmee het gistend ongenoegen van burgers te bezweren.

GroenLinks wil wel een toekomstvisie schetsen. De huidige polsstok van de Europese Unie is te kort is om over de sloot te komen. Om Europa voorbij de crisis te helpen, zijn juist gedurfde voorstellen nodig. Zelfs bondskanselier Merkel en president Hollande doen, ondanks al hun meningsverschillen, een poging om samen de Europese polsstok te verlengen, ook al is het met kromme aanzetstukken. Het kabinet-Rutte daarentegen grossiert in taboes. Geen begroting voor de eurozone, geen euro-obligaties, geen verdragswijziging, geen Europees offensief tegen belastingontwijking als dat de brievenbusfirma's dreigt te verjagen uit belastingparadijs Nederland.

"Om Europa voorbij de crisis te helpen, zijn juist gedurfde voorstellen nodig."

Door zulke voorstellen keer op keer af te wijzen, omdat ze visionair of duur zouden zijn, speelt het kabinet-Rutte met de stabiliteit van de euro. De onzekerheid over het lot van de eenheidsmunt verlengt de crisis. Een Europa dat maar blijft talmen aan de verkeerde kant van de sloot kan de harten van de burgers niet terugwinnen. Zeker niet als partijen die de kiezer minder Europa beloven, ondertussen wel instemmen met het ene na het andere Europese noodverband. Zo zaaien zij alleen maar meer euroscepsis.

Bij de invoering van de euro is gekozen voor een gammele constructie, waardoor de muntunie nu in nood is. Die constructiefouten moeten worden hersteld, als we de crisis willen overwinnen. Begrotingsregels volstaan niet voor een stabiele euro. Ook private schuldenzeepbellen en economische scheefgroei kunnen een muntunie fnuiken. De euro heeft een economisch bestuur nodig, met belastingcoördinatie, gezamenlijke schuldfinanciering en controle op de banken. Dat economisch bestuur is per definitie ook een politiek bestuur en moet dus democratisch gecontroleerd worden.

De voorstellen in dit essay beogen de euro van een solide fundament te voorzien en de crisis te overwinnen. Zij leiden tot méér Europa. Daar komen we rond voor uit. Meer gemeenschappelijk beleid, meer gedeelde risico's, maar ook meer democratie en een betere bescherming van mensenrechten. Dat is helemaal niet zo gek als we zien welke duikvlucht Europa maakt op het wereldtoneel. Onze invloed op mondiale ontwikkelingen slinkt zienderogen, ons gezag is tanende.

Voor de rest van de wereld is Europa niet langer een voorbeeld, maar een zorgenkind. Met verbijstering zag men hoe de Europese ministers van Financiën een overzichtelijk probleem als de schuldenlast van het kleine Cyprus lieten uitgroeien tot de zoveelste existentiële beproeving voor de eurozone. De crisis in Europa geldt inmiddels als de voornaamste bedreiging voor de wereldeconomie.

Samen vormen de landen van de EU nog altijd de grootste economie ter wereld, maar mondiaal leiderschap vertonen zij steeds minder. Zie bijvoorbeeld de klimaatpolitiek. Op het moment dat men in andere delen van de wereld, zoals Australië en China, het Europese model van CO2-emissiehandel invoert om klimaatverandering tegen te gaan, laat de EU haar CO2-markt crashen - tot afgrijzen van de innoverende industrie, die juist kansen ziet in energiebesparing. De EU is niet langer koploper in de productie van schone technologie. De eerste plek op die groeimarkt heeft zij afgestaan aan China.

Van Europa's zwakte maken anderen soms gretig gebruik. Rusland verstevigt zijn controle over de gastoevoer. De Verenigde Staten, in de greep van een kortstondige schaliegashype, dumpen hun overtollige steenkool in Europa, nu onze CO2-markt geen prijs meer plakt op vervuiling. Rechtse partijen laat het koud. Zij laten meer dan ooit het oor hangen naar de lobby van de fossiele grootverbruikers. De zorg voor toekomstige generaties is voor hen een luxe die Europa zich in crisistijd niet kan veroorloven. En dan is het maar een kleine stap naar de lijstjes van taken die uit Europa moeten worden teruggehaald.

Macht en waarden

In het voetspoor van de Britse regering-Cameron onderzoekt het kabinet-Rutte welke Europese taken kunnen worden teruggenomen door de nationale overheden. Sommige partijen hebben al een voorschot genomen op de uitkomst. CDA-leider Buma wil bijvoorbeeld de Europese regels tegen fijnstof afschaffen. Zo zouden we meer eigen baas worden in Nederland. Maar heeft het zin om in Den Haag te mogen beslissen over onze luchtkwaliteit, als tweederde van het fijnstof binnenwaait uit de ons omringende landen? Indien we niet langer in Brussel mogen afspreken dat autoverkeer, veehouderijen en fabrieken schoner moeten worden, staat het ook onze buurlanden vrij de lucht te blijven vervuilen. Ja, alle Europese landen zijn dan verlost van een brokje Brusselse bemoeienis. Maar wat voor vrijheid krijgen ze ervoor terug? Die van een kampeerder op een vuilnisbelt.

Scheppen we banen voor werkloze jongeren als we ons vastbijten in een gevecht tegen Europese regeltjes?

Wanneer minister Timmermans zijn lijstje van terug te halen bevoegdheden presenteert, zullen rechts en links partijen klaarstaan om hem af te troeven met nog langere lijstjes. Het dreigt een exercitie in geheugenverlies en zelfoverschatting te worden. Partijen zijn vergeten waarom zij hebben ingestemd met Europese afspraken en denken al te lichtzinnig dat ons land het zonder die afspraken evengoed redt.

Natuurlijk zijn er Europese regels die GroenLinks liever vandaag dan morgen wil afschaffen. De bewaarplicht bijvoorbeeld, die telecombedrijven verplicht onze telefoon- en internetgegevens langdurig op te slaan ten behoeve van politie en inlichtingendiensten. Geen enkele Europese wet dringt zo diep binnen in de privésfeer van mensen. Maar deze wet staat bij geen enkele regering op het schraplijstje.

Dat is niet toevallig. De bevoegdhedenexercitie vindt plaats op een rechts speelveld. Vooral de meest kwetsbare Europeanen hebben er wat bij te verliezen. Zie de inzet van Camerons Conservatieven: hun favoriete mikpunt is het sociale Europa! De Europese arbeidstijdenwet, die de werkweek beperkt tot gemiddeld 48 uur, willen ze geschrapt zien. Deze wet zou de ondernemersvrijheid aantasten… Het is nogal een gotspe. Rechtse partijen, de Conservatieven voorop, hebben met hun deregulering van de financiële sector de grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog uitgelokt. Die voedt de onvrede van burgers. De onwil van overwegend rechtse regeringen om samen de crisis te overwinnen leidt tot een groeiende afkeer van Europa. Cynisch grijpt rechts die afkeer aan om nóg een dereguleringsoffensief in te zetten, ditmaal tegen sociale en milieuregels van de Europese Unie. Je moet maar durven.

Intussen komen er elke dag honderden werklozen bij in Nederland. In landen als Spanje en Griekenland is de jeugdwerkloosheid gestegen tot meer dan vijftig procent; er ontstaat een verloren generatie. De politieke verdeeldheid maakt de eurozone al vijf jaar tot speelbal van financiële markten. Onze economie wordt gegijzeld door zombiebanken en een doorgeslagen bezuinigingsbeleid dat de staatsschuld alleen maar opdrijft.

Scheppen we banen voor werkloze jongeren als we ons vastbijten in een gevecht tegen Europese regeltjes? Kunnen we daarvoor niet beter de crisis oplossen, mét Europa?

In een tijd waarin mensen, geld, goederen en informatie zich steeds makkelijker over de wereld verplaatsen, waarin grenzen steeds minder bescherming bieden tegen vervuiling en conflicten, kunnen politici het zich niet veroorloven om in een nationale reflex te schieten, vindt GroenLinks. Daarmee capituleren zij voor hun taak om de globalisering in goede banen te leiden. De markten hebben lak aan nationale grenzen. De financiële markten, met hun kuddegedrag en speculatiedrift, kunnen landen te gronde richten. Grote bedrijven spelen regeringen tegen elkaar uit om te ontkomen aan belastingheffing en milieuvoorschriften. Dijken bouwen helpt daartegen niet. We moeten de internationale samenwerking versterken. GroenLinks voelt zich daartoe des te sterker geroepen, omdat we kiezen voor eerlijk delen - binnen Nederland, maar ook over grenzen heen en met toekomstige generaties. De samenwerking die nodig is om aan een eerlijker wereld te werken begint met onze buren, met Europa.

We hebben een sterkere, zelfbewustere Europese Unie nodig om niet langer achter de feiten aan te hollen maar de ruimte voor politieke keuzes te vergroten, op alle niveaus: van de gemeenteraad tot het nationale parlement en de Europese volksvertegenwoordiging. Dat is de rode draad die door dit essay loopt. Door beslissingsmacht te delen in Europa kunnen we macht terugpakken: op de speculanten, de banken, de multinationals, de belastingontduikers, de vervuilers en de mondiale grootmachten.

We houden daarbij voor ogen dat macht zonder waarden corrumpeert. De waarden van de EU moeten haar optreden sturen. Ze staan niet voor niets vooraan in de Europese verdragen: eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, mensenrechten, non-discriminatie, verdraagzaamheid, vrede, duurzame ontwikkeling en de solidariteit tussen mensen, landen en generaties.(2) Die waarden passen goed in de Nederlandse traditie. Europa heeft ze mede aan Nederland te danken. Al sinds de 17de eeuw staat de vrije drukpers in ons land. Onze verzorgingsstaat is gebouwd op het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Nederland stond aan de wieg van het Europees milieubeleid. Met de invoering van het homohuwelijk liepen we voorop in de strijd tegen discriminatie. Europese waarden vormen geen blok aan het been, maar kunnen de weg wijzen uit de crisis.

Samen tegen belastingontwijking

Dat Europese staten macht kunnen pakken dankzij méér Europa is nergens zo evident als bij het innen van belastingen. Terwijl veel Europese huishoudens klem zitten tussen dalende inkomsten en stijgende lasten, ontlopen grensoverschrijdende bedrijven en gefortuneerde burgers op grote schaal de fiscus. Ontduiking en ontwijking van belastingen kosten overheden in de EU jaarlijks zo'n duizend miljard euro. Dat is tweemaal zoveel als alle begrotingstekorten van de EU-landen samen, en zevenmaal zoveel als de jaarbegroting van de EU.

Nationale regeringen werken deze oneerlijke praktijken in de hand. Door bijvoorbeeld multinationals vrij te stellen van belasting op de rente, dividenden en royalty's die zij doorsluizen via brievenbusfirma's. Zo komt belastingparadijs Nederland aan zijn slechte naam. Regeringen wisselen ook nog slechts mondjesmaat informatie uit over de rijkdom die burgers in andere landen hebben gestald, buiten het zicht van hun eigen belastingdienst. Rijke Grieken hebben naar schatting 200 miljard euro op bankrekeningen in Zwitserland staan, beschermd door het Zwitserse bankgeheim. Tot voor kort verhinderden Oostenrijk en Luxemburg, met hun eigen bankgeheim, dat de EU op Zwitserland en andere mekka's voor hebzuchtigen druk kon uitoefenen om belastingontduiking tegen te gaan.

De Europese politiek kan de miljonairs en multinationals de macht ontnemen om nationale regels aan hun laars te lappen, ten koste van eerlijke belastingbetalers.

Onder invloed van hardnekkige begrotingstekorten en schandalen zoals Offshoreleaks is een eerlijker belastingheffing – eindelijk - hoog op de Europese agenda komen te staan. Regeringen moeten nu doorpakken. Dat zijn zij verplicht aan de miljoenen Europeanen die door de crisis in armoede zijn gestort. Alleen in Europees verband heb je tegenmacht om brievenbusfirma's hun voordelen te ontnemen, het bankgeheim terug te dringen en de resterende belastingparadijzen droog te leggen. De Europese politiek kan de miljonairs en multinationals de macht ontnemen om nationale regels aan hun laars te lappen, ten koste van eerlijke belastingbetalers. Zowel de EU als haar lidstaten worden daar sterker van. Solidariteit krijgt weer betekenis: eenieder dient bij te dragen aan de financiering van publieke voorzieningen, en de sterkste schouders moeten daarbij de zwaarste lasten dragen.

Niet alleen belastingontduiking en –ontwijking, maar ook belastingconcurrentie tussen overheden vormt een aanslag op de schatkist. Europese regeringen doen alsof ze heer en meester zijn over hun belastingtarieven voor bedrijven, terwijl ze met elkaar verwikkeld zijn in een wedloop naar de bodem. Zo is het gemiddelde tarief op bedrijfswinsten sinds de eeuwwisseling gedaald van 32 naar 23 procent. Nederland gaat mee in de rat race. Het is hoog tijd voor een Europees minimumtarief voor de winstbelasting. Dat is vloeken in de kerk voor veel regeringen, ook de Nederlandse. Belastingtarieven beschouwen zij als heilige nationale grond. Alle 27, binnenkort 28 lidstaten(3) hebben een vetorecht bij Europese belastingmaatregelen.

Maar in een EU met 27 miljoen werklozen is het niet te verdedigen dat arbeid zoveel zwaarder wordt belast dan kapitaal. Dat remt het scheppen van banen en moedigt speculatie aan. Partijen die vinden dat het eerlijker moet, zouden moeten pleiten voor afschaffing van het nationale veto in de Europese belastingpolitiek. GroenLinks doet dat. Daar waar de nationale beslissingsmacht is verworden tot louter schone schijn, moeten we durven kiezen voor Europese macht. Uiteindelijk wordt de speelruimte voor nationale democratische besluitvorming over de verdeling van lasten daardoor weer groter.

Duurzame economische unie

De internationale strijd tegen belastingontduiking en –ontwijking kan overheden honderden miljarden opleveren, maar dat is een zaak van lange adem. Het is geen quick fix voor de begrotingstekorten waar alle eurolanden mee kampen. Die tekorten zijn hardnekkig, nu de eurozone in een langdurige recessie zit. Omdat de economie krimpt vallen de belastinginkomsten telkens weer tegen. De staatsschuld, als percentage van de welvaart, loopt op. Bezuinigen wordt zo een gebed zonder end. Het stapelen van bezuinigingsmaatregelen, in vrijwel alle eurolanden tegelijk, schaadt de economie en versterkt de neerwaartse spiraal.

De almaar stijgende werkloosheid en de verschraling van publieke voorzieningen drijven veel Europeanen tot wanhoop. Zij vereenzelvigen 'Brussel' maar ook 'Berlijn' met afbraakpolitiek. Bij hen hoef je niet meer aan te komen met de verdragsteksten over een 'sociale markteconomie' en 'volledige werkgelegenheid'. De dag nadert waarop burgers ergens in euroland een regering kiezen die zich van de EU niets meer aantrekt en de deelname aan de euro welbewust op het spel zet. Dan laait de smeulende eurocrisis weer helemaal op.

Een verstandiger beleid, dat meer perspectief biedt op economisch herstel, moet eerlijk zijn over de oorzaken van de eurocrisis. Die wordt, vooral in Noord-Europa, toegeschreven aan de spilzucht van Zuid-Europese overheden. Dat verhaal gaat eigenlijk alleen voor Griekenland op. Het verklaart niet waarom een land als Spanje in grote problemen is gekomen. Voordat in 2008 de kredietcrisis uitbrak had dat land een overschot op de begroting en een staatsschuld van slechts veertig procent, ver onder het Europese gemiddelde. Het waren niet de publieke, maar de private schulden in Spanje die veel te hoog opliepen. Door toedoen van ónze banken, die de private schulden maar al te graag financierden. Want landen als Duitsland en Nederland profiteerden sterk van de euro. De toenemende export naar Zuid-Europa leverde niet alleen veel banen op, maar ook een fors overschot op de betalingsbalans. Dat overschot werd door onze banken en pensioenfondsen uitgeleend in Zuid-Europa. Zij financierden de vastgoedzeepbel in Spanje.

Daaraan kwam een eind tijdens de kredietcrisis. Financiële instellingen trokken zich in paniek terug op het thuishonk. De kapitaalstroom naar Zuid-Europa sloeg om in kapitaalvlucht. De Spaanse vastgoedzeepbel knapte. Huizenbezitters, projectontwikkelaars en banken leden forse verliezen. Bouwbedrijven gingen failliet, andere bedrijven konden geen leningen meer krijgen. De Spaanse overheid zag zich geconfronteerd met dalende belastinginkomsten, stijgende werkloosheidsuitgaven en de noodzaak om banken te redden. Zo eindigden de roekeloze leningen die ónze banken verstrekten als een molensteen om de nek van de Spaanse regering.

In Spanje en andere Zuid-Europese landen, maar ook in Nederland, proberen zowel huishoudens als banken nu hun schulden te verkleinen. Ze geven minder uit, lenen minder uit. Als dan ook de overheid nog eens fors bezuinigt, valt de vraag stil en blijft economisch herstel uit.

Het zou zoveel slimmer zijn om ons te richten op maatregelen voor de lange termijn: goed getimede verbeteringen in de arbeidsmarkt, de woningmarkt, het functioneren van de overheid, de energievoorziening en de grondstoffenefficiëntie die leiden tot houdbare overheidsfinanciën en voldoende concurrentievermogen. Het zijn dit soort hervormingen, in een hoger tempo, waar ook de zwakkere eurolanden het meest mee gediend zijn. Dan is er echt uitzicht op een stabiele eurozone, met evenwichtige concurrentieverhoudingen.

Voor de Europese Commissie is het eenvoudiger om regeringen af te rekenen op een enkel cijfertje, het begrotingstekort, dan op hun hervormingspakketten. Maar met een boekhoudersbenadering verlengt zij de crisis. Feitelijk is de drieprocentsnorm uit het Stabiliteitspact een symbool van zwakte. Gestold wantrouwen als surrogaat voor een echte gezamenlijke economische politiek.

Feitelijk is de drieprocentsnorm uit het Stabiliteitspact een symbool van zwakte. Gestold wantrouwen als surrogaat voor een echte gezamenlijke economische politiek.

De supercommissaris voor de euro, Olli Rehn, lijkt langzaam tot het inzicht te komen dat hij het Stabiliteitspact beter kan benutten om hervormingen te bevorderen dan om overhaaste bezuinigingen af te dwingen. Spanje en Frankrijk hoeven minder te bezuinigen als zij doorgaan met hervormen, zo stelde Rehn onlangs voor. Maar hij heeft de kerk van de bezuinigingsfetisjisten nog niet definitief verruild voor het kamp van de hervormers. Anders zou hij een land als Nederland niet aanspreken op zijn begrotingstekort, maar op zijn exportoverschot. Want niet alleen Zuid-Europese landen die jarenlang meer in- dan uitvoerden dragen verantwoordelijkheid voor de spanningen in de eurozone. Datzelfde geldt voor landen met een groot exportoverschot, zoals Duitsland en Nederland. Door de koopkracht van de laagstbetaalden te verbeteren en investeringen aan te jagen, zouden Berlijn en Den Haag een vraagimpuls scheppen waar de Zuid-Europese exporten van kunnen profiteren. Dat is pas echt economisch bestuur. Economisch bestuur dat verder kijkt dan de nationale boekhoudingen. Economisch bestuur dat gezamenlijk op Europees niveau wordt vormgegeven. Zo werken we de onbalans in de eurozone weg. Zo kunnen we samen sterker worden. Zo geven we invulling aan solidariteit.

Euro-obligaties

Na vijf jaar crisis zijn veel private schulden publieke schulden geworden. Alleen al voor het redden van banken hebben de regeringen in de eurozone velen honderden miljarden moeten lenen. De staatsschulden van alle eurolanden zijn daardoor fors gestegen. Nog altijd is de gemiddelde staatsschuld in de eurozone (95 procent) lager dan die van de Verenigde Staten (105 procent) en Japan (240 procent). Toch richt het wantrouwen van de financiële markten zich vooral tegen de eurozone. Beleggers eisen van de meeste eurolanden een hogere rente op staatsleningen dan van de VS of Japan.

Eurolanden hebben immers meer kans om failliet te gaan. Zij hebben geen eigen centrale bank meer die staatsleningen kan opkopen als beleggers ze niet langer willen. Het noodfonds van de eurozone is beperkt, het steunprogramma van de Europese Centrale Bank niet zonder voorwaarden. Omdat het de markten aan vertrouwen ontbreekt dat de eurolanden gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen voor het terugdringen van hun schulden, wordt het economisch herstel belemmerd en kunnen eurolanden elk moment weer ten prooi vallen aan speculanten.

De eurozone kan dat vertrouwen vestigen door een deel van de nationale staatsleningen te vervangen door Europese leningen. De gezamenlijke garanties van de eurolanden en de uitstekende verhandelbaarheid zorgen ervoor dat de rente op deze euro-obligaties laag zal liggen, mogelijk zelfs lager dan de vergoeding die Nederland nu moet betalen voor zijn staatsleningen.

Vooral de rentelasten voor de Zuid-Europese landen worden zo verlicht. Regeringen hoeven minder belastinggeld over te maken naar hun schuldeisers en houden meer over voor hun burgers. Zij krijgen meer ruimte om te investeren, om werkloosheid en armoede te bestrijden, om hun achterstand in concurrentievermogen weg te werken. Met de invoering van euro-obligaties wordt de Europese waarde van solidariteit eindelijk verankerd in de architectuur van de euro. Zo wordt een constructiefout van de eenheidsmunt hersteld.

Wurgende rentes voor Zuid-Europa knijpen ook onze economie af.

Euro-obligaties komen er niet van vandaag op morgen. Er is een wijziging van de Europese verdragen voor nodig. Daarom pleit het Europees Parlement voor een tijdelijke variant, in de vorm van een schuldenverminderingsfonds. Het kabinet-Rutte wil er niets van weten. Het kan zich daarbij verschuilen achter de rug van de Duitse regering, die eveneens tegen is. Maar dat zou kunnen veranderen na de Bondsdagverkiezingen in september. Zowel de Groenen als de SPD, nu nog in de oppositie, hebben het schuldenverminderingsfonds in hun programma staan. Zal Den Haag zich laten overrompelen, geobsedeerd als het is door de discussie over het terughalen van bevoegdheden? Of gaan we de discussie over gezamenlijke schuldfinanciering voor de eurolanden tijdig aan?

Euro-obligaties en een schuldenverminderingsfonds doen recht aan het feit dat de eurolanden van elkaar afhankelijk zijn voor hun welvaart. Van de Nederlandse export gaat meer dan de helft naar de eurozone. Wurgende rentes voor Zuid-Europa knijpen ook onze economie af. Alleen samen kunnen we macht terugpakken op de financiële markten.

Banken bedwingen

Dat de financiële markten nog niet getemd zijn tonen de Europese banken. Vijf jaar na het uitbreken van de kredietcrisis gijzelen die nog altijd de eurozone. Zombiebanken vormen een majeur obstakel voor economisch herstel. Vooral in Zuid-Europa, maar ook elders in de eurozone, hebben banken zoveel verborgen verliezen in de boeken staan dat zij geen geld meer durven uit te lenen. Zelfs niet aan ondernemers met goede investeringsplannen. Extra kapitaal aantrekken wordt bemoeilijkt door de twijfels van beleggers over de vraag welke banken nog levensvatbaar zijn.

Met een ingrijpende sanering kan niet langer gewacht worden. Strenge Europese stresstests moeten banken dwingen hun verliezen af te boeken. De probleembanken moeten worden ontmanteld of van nieuw kapitaal voorzien. In beide gevallen dienen de kapitaalverschaffers van banken mee te betalen - uitgezonderd de kleinere spaarders tot honderdduizend euro. Maar helemaal zonder overheidsleningen zal het niet gaan. Zeker niet waar het banken betreft die andere banken kunnen meesleuren in hun val, of onmisbaar zijn voor het betalingsverkeer van consumenten en bedrijven. De extra financiële last kan teveel zijn voor de eurolanden in Zuid-Europa.

Minister Dijsselbloem dacht goedkoop uit te zijn na de 'redding' van Cyprus. Als aandeelhouders, obligatiehouders, grote spaarders en nationale overheden het eerst aan de lat staan voor de ontmanteling en sanering van banken, hoeven we het euronoodfonds daar misschien wel nooit voor aan te spreken, verklaarde de voorzitter van de Eurogroep. In lijn daarmee komt Nederland, samen met Duitsland, terug op de afspraken over directe bankensteun uit het euronoodfonds. Ook een echte Europese garantie voor kleine spaarders vindt Dijsselbloem niet meer urgent, nu Berlijn daar tegen is.

Geen uitgeklede, maar een volledige Europese bankenunie, daarin ligt het Nederlandse belang.

Dat is gevaarlijk wensdenken. Als Italië failliet dreigt te gaan aan haar banken, zijn we verder van huis. Wie haast wil maken met de sanering van banken, moet ook tempo maken met een Europese stroppenpot, die de financiële risico´s voor individuele overheden beperkt. Daarbij moet duidelijkheid worden geschapen voor belastingbetalers en spaarders. Als de Europese bankenunie eenmaal voltooid is, vullen banken zélf de stroppenpot. Om een eind te maken aan het afwentelen van private risico's op de publieke financiën, moet Europa werken aan kleinere banken: geen enkele bank mag too big to fail blijven. En de tegoeden van kleinere spaarders worden in de hele eurozone veilig, dankzij een Europees depositogarantiefonds. Ook dat wordt door de banken zelf gevuld. Zo rekenen we voorgoed af met de perversiteit die Europa in de crisis heeft gestort: bankiers die hun winsten in eigen zak steken, maar de belastingbetalers laten opdraaien voor hun verliezen.

Het is merkwaardig dat Nederland zoveel begrip toont voor de Duitse sabotage van de bankenunie. Geen uitgeklede, maar een volledige Europese bankenunie, daarin ligt het Nederlandse belang. Nog altijd staan er vijfmaal zoveel schulden op de balansen van onze banken als we jaarlijks met z'n allen verdienen. Drie van de vier grote banken liggen aan het overheidsinfuus. Het zal nog vele jaren kosten om dit financiële waterhoofd te draineren. Europese solidariteit komt dan goed van pas. De hypotheek die de banken leggen op de toekomst van Nederland wordt draaglijker als we de risico's kunnen delen met de partners in de eurozone.

Groene innovatie

Van de financiële sector moet Europa het niet hebben in de komende jaren. Die zal moeten krimpen. Andere dienstensectoren en de industrie zullen de economie uit de recessie moeten trekken. Helaas worden juist de vernieuwende bedrijven soms in de steek gelaten door behoudzuchtige politici. Veel bedrijven staan te springen om te investeren in energiezuinige innovaties, maar verlangen eerst duidelijkheid van de politiek. Het prijskaartje dat de EU in de komende decennia hangt aan de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen, bepaalt immers het rendement van hun groene investeringen.

Het Europees Parlement gaf in april een zwaar ontmoedigend signaal aan de vernieuwers in de industrie. Een overwegend rechtse meerderheid zwichtte voor de lobby van de grootverbruikers van fossiele energie, waaronder de staalfabrieken. Deze krappe meerderheid verwierp het voorstel om minder CO2-uitstootrechten op de markt te brengen. De Europese emissiehandel stortte in. Voor de uitstoot van een ton CO2 betalen fabrieken nu nog maar drie euro, minder dan de prijs van een fles wijn. Die prijs is immoreel laag. Veel te laag om de ingrijpende gevolgen van klimaatverandering af te wenden. Maar ook veel te laag om investeringen aan te jagen, en daarmee het economisch herstel in Europa.

Met het onderuithalen van de CO2-prijs snijdt de fossiele lobby zich in de vingers. Op goedkope kolen, gas en olie kan Europa niet concurreren. De energie-intensieve industrie in de EU heeft de beste overlevingskansen als zij erin slaagt zuiniger om te springen met energie dan haar mondiale concurrenten. Juist de staalindustrie kan profiteren van een hoge CO2-prijs die groene energie stimuleert: dan wordt de markt voor windmolens haar grootste groeimarkt.

Het klimaatbeleid kan nog gered worden in Europees verband. Samen met de Europese Groenen, maatschappelijke organisaties en medestanders in het bedrijfsleven knokt GroenLinks daarvoor. Want een volledige hernationalisering van het klimaatbeleid is geen aantrekkelijke optie: dan wordt het nog makkelijker voor de fossiele lobby om landen tegen elkaar uit te spelen, bijvoorbeeld door te dreigen met het verplaatsen van fabrieken.

Op goedkope kolen, gas en olie kan Europa niet concurreren.

De EU moet snel het CO2-reductiedoel voor 2020 aanscherpen en ambitieuze klimaatdoelen vaststellen voor 2030. Dan krijgt de uitstoot van CO2 opnieuw een prijs. Dan loont het weer om te investeren. Er kunnen miljoenen banen bijkomen als de EU een duidelijk pad uitstippelt naar een koolstofarme economie.(4) Zo geeft de EU zichzelf een kans om het mondiale koploperschap in groene technologie terug te veroveren. Ze wordt weer geloofwaardig als voorvechter van wereldwijde afspraken tegen klimaatverandering.

Nederland is bij uitstek gebaat bij een scherper Europees klimaatbeleid en reparatie van de emissiehandel. Zo'n investeringsimpuls heeft ons land hard nodig. Veel bedrijven in ons land potten hun winst op, of kopen eigen aandelen om de beurskoers op te krikken. Deze bedrijven moeten juist worden uitgedaagd om te investeren in nieuwe activiteiten die nieuwe banen scheppen. Een ambitieuzer Europees klimaatbeleid vergroot ook het rendement van lokale initiatieven voor duurzame energie. Dat is een belangrijke steun in de rug voor consumenten die hun eigen energie op willen wekken. Deze initiatieven moet Europa aanjagen, niet ontmoedigen. Zij maken onze energievoorziening robuuster.

De transitie naar duurzame energie pakt de zwakte van Zuid-Europese eurolanden aan bij de kern: hun jarenlange importoverschot. Zonder de torenhoge rekening voor de invoer van olie, gas en kolen zouden Spanje, Italië, Portugal en Frankrijk wél concurrerend zijn. Ze zouden een ruim exportoverschot kennen.(5) De EU als geheel kan jaarlijks 400 miljard euro aan importen besparen door haar eigen duurzame energie op te wekken. Daarmee komen we ook politiek weer een stuk sterker te staan, bijvoorbeeld tegenover een onberekenbare buur als de energiegigant Rusland.

Volgens de Europese verdragen behoort de 'duurzame ontwikkeling van de aarde' tot de doelstellingen van de EU. Voorzorg en preventie - voorkomen is beter dan genezen – zijn beginselen van het Europese milieubeleid, net als 'de vervuiler betaalt'. Deze afspraken zijn er niet alleen voor goede tijden. Ze moeten de EU er juist nu toe aanzetten om de klimaatcrisis en de eurocrisis gelijktijdig aan te pakken.

Democratie versterken

Het behoort tot het werk van politici om visies en standpunten te ontwikkelen, maar uiteindelijk is het aan de kiezers om te bepalen hoeveel macht de EU krijgt en voor welke waarden zij zich sterk maakt. Europa mag niet vergeten dat zij de bakermat van de democratie is. Juist die kernwaarde staat onder druk door alle noodmaatregelen om de crisis te bezweren. Door de gewoonte van Europese bestuurders om hun crisisaanpak, heel technocratisch, als de enig mogelijke remedie te presenteren. Door de neiging bij sommige politici, met name in het Europees Parlement, om eurosceptische kritiek af te doen als populisme. Veel burgers hebben, terecht, genoeg van dit dedain.

Politici die de onvrede van mensen willen wegnemen over een Europa dat hun overkomt, hoeven de EU niet te ontmantelen.

Zelfs de handhaving van het Stabiliteitspact, zo blijkt dezer dagen, is geen kwestie van statistiek, maar van politiek. Supercommissaris Rehn eist hervormingen van de eurolanden. Maar welke hervormingen maken de economie sterker zonder de samenleving en het milieu te schaden? Ook dat is een politieke vraag. Die moet beantwoord worden in een democratisch debat met parlementaire besluiten. Op dit moment kan geen enkel parlement Rehn dwingen om zijn hervormingskoers bij te stellen. Hij heeft alleen rugdekking nodig van de ministers van Financiën. Daar moet verandering in komen. Het Europees Parlement moet de supercommissaris ter verantwoording kunnen roepen en zo nodig weg kunnen sturen. Dat is óók in het belang van de commissaris zelf. Hoe sterker zijn democratisch mandaat, hoe groter zijn gezag.

Politici die de onvrede van mensen willen wegnemen over een Europa dat hun overkomt, hoeven de EU niet te ontmantelen. Zij moeten ervoor zorgen dat mensen meer zeggenschap krijgen over de EU. Kort geleden heeft GroenLinks daar tien voorstellen voor gedaan.(6) Die versterken de positie van nationale en Europese volksvertegenwoordigers, maar voorzien ook in grensoverschrijdende referenda. Om die voorstellen te verwezenlijken, pleit GroenLinks – als enige partij in de Tweede Kamer - voor een verdragsherziening. Burgers komt het laatste woord toe over een nieuw Europees verdrag. Want in een democratie berust de macht uiteindelijk niet bij staten of unies, maar bij burgers.

Eén voorstel, dat geen verdragsherziening vergt, willen we hier uitlichten. Voorafgaand aan de Europese verkiezingen van 2014 zou elk van de Europese politieke partijen een topkandidaat naar voren moeten schuiven. De kandidaten voeren tv-debatten met elkaar en gaan op campagne in alle 28 EU-landen. De kandidaat van de Europese partij of coalitie die de meeste zetels in het Europarlement behaalt, heeft een ijzersterke claim op de post van voorzitter van de Europese Commissie. Zo wordt de selectie van de opvolger van Barroso weggehaald uit de achterkamertjes van de Europese regeringsleiders en inzet van open strijd. Zo krijgen het kamp van voorstanders van de huidige crisisaanpak én de oppositie daartegen hun eigen Europese gezichten.

Voor alle kandidaten en partijen geldt: ze zullen een overtuigend verhaal moeten hebben voor Noord- én Zuid- en Oost Europa. Met de crisisaanpak van Rutte, laat staan zijn retoriek ("Geen cent meer naar Griekenland"), hoeven de Europese liberalen niet aan te komen in Griekenland of Spanje. Wie de burgers van het ene Europese land probeert uit te spelen tegen die van het andere, riskeert een electorale afstraffing.

Als er iets is wat de EU op dit moment verzwakt en de oplossing van de crisis vertraagt, is het de tegenstelling tussen Noord en Zuid. Tussen de preken over schuld en boete en de smeekbedes om solidariteit. Wat zou het mooi zijn als een bescheiden democratische vernieuwing de EU zou helpen om de crisis – ook in Nederland - te boven te komen.

Mensenrechten verdedigen

Democratie en mensenrechten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Eerlijke concurrentie tussen ideeën en partijen veronderstelt vrijheid van meningsuiting, een vrije pers en onafhankelijke rechtspraak. Een EU die haar democratische missie serieus neemt moet ook de mensenrechten beter gaan bewaken, zowel op het Europese niveau als in de lidstaten. Het volstaat niet om democratie en mensenrechten uit te roepen tot Europese waarden. De waardengemeenschap heeft een actieve verdediging nodig.

Te lang is de EU ervan uitgegaan dat het met de mensenrechten wel goed zat, als een land eenmaal geslaagd was voor het toetredingsexamen. Inmiddels weten we dat het risico van een terugval reëel is. Zo staat in minstens vijf landen van de EU de persvrijheid onder druk.(7) Als regeringen of perstycoons belemmeren dat journalisten over feiten en meningen rapporteren in hun volle verscheidenheid, wordt niet alleen de nationale, maar ook de Europese democratie ondermijnd.

Wie kandidaat-lidstaten de nieren proeft over mensenrechten, en verre landen berispt, moet dat ook in eigen huis durven doen. Maar nog altijd spreken EU-landen elkaar makkelijker aan op begrotingstekorten dan op aantasting van de persvrijheid of manipulatie van rechters. Toen de voorzitter van het Europarlement, Schulz, tijdens een recente eurotop zijn zorg uitsprak over de zoveelste aanslag op de Hongaarse rechtsstaat door premier Orbán, kreeg hij alleen bijval van Commissievoorzitter Barroso. Alle regeringsleiders zwegen. Aan dat duikgedrag moet een einde komen.

Wie kandidaat-lidstaten de nieren proeft over mensenrechten, en verre landen berispt, moet dat ook in eigen huis durven doen.

Mensenrechten beschermen niet alleen onze vrijheden, maar ook onze welvaart. Ze vormen het fundament van de Europese samenwerking, inclusief de interne markt waar ons land zijn geld verdient. Daarom moeten mensenrechten niet alleen de spreekwoordelijke Nederlandse dominee aan het hart gaan, maar ook de koopman.

Het is goed dat minister Timmermans samen met drie collega-ministers het initiatief heeft genomen om de Europese Commissie beter toe te rusten voor het bewaken van de mensenrechten. De drempel om Europese regeringen te waarschuwen en te bestraffen ligt nu te hoog. Die moet lager komen te liggen. De Nederlandse inzet voor mensenrechten wint aan kracht, als onze initiatieven om misstanden aan te klagen door de EU kunnen worden omgezet in actie. Bijvoorbeeld tegen premier Orbán, door wiens toedoen Hongarije afglijdt naar een eenpartijdictatuur. Het blijft wel nodig dat nationale regeringen de moed tonen om elkaar te bekritiseren. Zelfs een supercommissaris voor de mensenrechten kan zijn of haar werk niet doen zonder morele steun van regeringsleiders.

De EU moet ook zichzelf de maat durven nemen. De maatregelen van de EU zelf schuren nog wel eens met de rechtsstaat. Wanneer de Europese Commissie en de ministers van Financiën bezuinigingen verlangen van eurolanden die aankloppen bij het noodfonds, doen zij weinig moeite om de allerarmsten te ontzien. Hun sociale grondrechten komen in de knel. Waar is het Europese zelfvertrouwen, het geloof in de kracht van de eigen mensenrechtenverdragen? Een samenleving wordt er sterker van als zij mensen bij tegenslag niet veroordeelt tot de bedelstaf.

Tot slot

'Austerity isn't working'. 'On veut du bonheur'. Juist de spandoeken die worden meegedragen in demonstraties tegen de Europese crisispolitiek openbaren soms wat Europeanen bindt. Een European way of life. Veel mensen in Europa zijn bereid hard te werken voor een eerlijk loon, maar willen ook tijd overhouden om te leven. Zij verlangen een betrouwbare overheid die als schild voor de zwakken fungeert. Zij zijn zich bewust van het belang van toekomstige generaties bij een leefbare aarde. Ze zijn gehecht aan mensenrechten zoals het vrije woord, en aan democratische besluitvorming, al is het maar om falende politici weg te kunnen sturen. Tolerantie voor verschillen is zeker nog geen gemeengoed in Europa – zie de Franse protesten tegen de openstelling van het huwelijk voor homoparen – maar de Europese steden waar de verscheidenheid bloeit werken als een magneet op jonge Europeanen.

Solidariteit, democratie, non-discriminatie, we vinden deze waarden terug in de verdragen waarop de EU is gebouwd, maar de EU handelt er lang niet altijd naar. De crisis, die de zwakheden van de euro heeft blootgelegd, zet de Europese waarden onder zware druk. Temeer omdat rechtse politici de crisis aangrijpen om EU-afspraken over solidariteit en duurzaamheid op hun schraplijstje te zetten.

Terug naar de gulden, de D-mark en de lire is geen aantrekkelijke optie. Het uiteenvallen van de euro zou een nog veel zwaardere crisis opleveren. Als de EU die crisis al overleeft, is zij voor jaren verlamd, nog minder in staat om op te komen voor de waarden waarvoor zij is opgericht. GroenLinks stemde in de jaren 90 van de vorige eeuw tegen de invoering van de eenheidsmunt, vanwege het gebrek aan ingebouwde solidariteit, maar voelt zich nu geroepen om de constructiefouten van de euro te helpen repareren. Veel voorstellen in dit essay zijn daarop gericht, want het lot van Europa wordt al te lang gedicteerd door de financiële markten. De middenpartijen in Nederland, die vóór de euro stemden, zouden beter hun verantwoordelijkheid kunnen nemen voor een stabiele muntunie, in plaats van zich te verliezen in lijstjes van terug te halen bevoegdheden. Die lijstjes bevrijden Europa en Nederland niet uit de greep van de crisis. Macht pakken, de ruimte voor democratische besluitvorming vergroten, dat doen we het best met Europa. Door de EU toe te rusten voor de taken waarvoor Nederland in z'n eentje te klein is.

Macht pakken, de ruimte voor democratische besluitvorming vergroten, dat doen we het best met Europa.

Niet alleen de toekomst van de EU is in het geding bij de aanpak van de eurocrisis. Het gaat er ook om in wat voor wereld we willen wonen. Nog altijd is toetreding of toenadering tot de EU een wenkend perspectief voor veel landen in Oost-Europa. De EU gebruikt haar invloed om het respect voor mensenrechten te bevorderen, de democratie te versterken en oude vijanden met elkaar te verzoenen. Servië en Kosovo, vijftien jaar geleden verwikkeld in een bloedige burgeroorlog, sloten onlangs onder druk van de EU-buitenlandcoördinator Ashton een akkoord over normalisatie van de onderlinge betrekkingen. Zo draagt de EU nog steeds bij aan uitbreiding van de vredeszone in Europa. Het is deze EU waaraan vorig jaar de Nobelprijs voor de Vrede werd toegekend.

Maar voor landen verder weg verliezen de twaalf gouden sterren van de EU snel aan glans. Tot voor kort had de EU een voorbeeldfunctie voor andere continenten. Zij belichaamde een vorm van samenwerking waarin het recht van de sterkste werd bedwongen door de sterkte van het recht. Zij liet zien dat oorlog en intimidatie tussen landen plaats konden maken voor voortdurende onderhandelingen en grensoverschrijdende democratische besluitvorming. Wanneer de EU als één geheel naar buiten trad, wist zij de aanpak van wereldwijde problemen soms een impuls te geven. We hebben er het Internationaal Strafhof voor oorlogsmisdadigers aan te danken. En een begin van mondiale samenwerking tegen klimaatverandering.

Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië en zelfs Afrika probeerden de EU na te volgen door hun eigen unie op te zetten. Maar wat voor voorbeeld geven we nu? Zullen opkomende landen zich niet eerder spiegelen aan de VS, met zijn wilde kapitalisme en zijn spierballenpolitiek, of aan China, met zijn eenpartijdictatuur en zijn cynische jacht op grondstoffen? Is dat de wereld die we aan onze kinderen willen nalaten? Of ijveren we ervoor dat in die wereld ook voor Europese waarden een plaats is?

Voetnoten

1 Frans Timmermans, Bruggen slaan in Europa. De Staat van de Europese Unie 2013, 15 februari 2013, p. 3

2 Zie de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, http://eur-lex.europa.eu/nl/treaties/index.htm

3 Kroatië wordt op 1 juli van dit jaar de 28ste lidstaat van de EU.

4 Volgens een studie in opdracht van het Duitse ministerie van Milieu leidt een aanscherping van het CO2-reductiedoel van de EU, van -20 procent naar -30 procent in 2020, tot een toename van de Europese investeringen met meer dan twintig procent. Dat levert zes miljoen extra banen op.

Carlo C. Jaeger e.a., A new growth path for Europe. Generating prosperity and jobs in the low-carbon economy, European Climate Forum, 2011

5 Sven Giegold & Sebastian M. Mack, No stabilization of the euro without a Green New Deal. Dependency on fossil fuels and non-renewable resources is a major factor of the instability of several eurozone countries in crisis, fractie Groenen/EVA in het Europees Parlement, 2012.

6 Bas Eickhout & Jesse Klaver, Meer democratie in de Europese Unie. Tien voorstellen, GroenLinks, 7 maart 2013, http://europa.groenlinks.nl/node/95020

7 Volgens de mensenrechtenwaakhond Freedom House is de pers slechts 'gedeeltelijk vrij' in Bulgarije, Griekenland, Hongarije, Italië en Roemenië. Zie www.freedomhouse.org/report-types/freedom-press